HD uitslag en betekenissen

HD uitslag en betekenissen.

HD-onderzoek bij de Raad van Beheer

In principe mag elke praktiserende dierenarts röntgenfoto’s of HD-foto’s maken. Wel moet hij een overeenkomst met ons hebben. Zodra wij de foto’s van de dierenarts ontvangen, sturen wij ze door naar een panel van specialisten.

Het panel bestaat uit drie deskundigen die de röntgenfoto’s beoordelen. De samenstelling van het panel wisselt steeds. Uiteraard ontvang je van ons de uitslag van het onderzoek. Mocht het panel de foto’s niet kunnen beoordelen, dan laten we je dierenarts weten wat er moet gebeuren. Ook nemen we contact met je op. Je dierenarts maakt vervolgens een nieuwe afspraak met je om opnieuw foto’s te maken.

Voorwaarde voor het HD-onderzoek is dat je hond in het Nederlands Honden Stamboek staat (NHSB) en op naam en adres bij ons geregistreerd staat.

Volgens de regels van de FCI (Fédération Cynologique Internationale) moet je hond voor het laten maken van HD-foto’s minimaal 12 maanden zijn.

Het panel kijkt bij het beoordelen van de foto’s naar de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

Een indicatie voor de kwaliteit van de heupgewrichten is de zogenaamde “Norbergwaarde”. Hoe hoger de Norbergwaarde, hoe dieper de kop van het bovenbeen in de kom van de heup zit. Als de kop diep in de kom zit, dan zit dat vaak goed stevig en is er minder kans op botwoekeringen en andere problemen. Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde vaak tussen de 30 en 40. Een hond met een lage Norbergwaarde heeft ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen en kan vaak niet meer de hoogste score (A) halen.

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent helaas niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. De uiteindelijke HD-beoordeling is namelijk ook van andere aspecten afhankelijk, zoals de aansluiting van de gewrichtsdelen en eventuele botafwijkingen. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte botafwijkingen (2) leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige botafwijkingen (3) leiden tot de beoordeling HD D.

Er kan ook sprake zijn van “vormveranderingen”. Meestal gaat het dan om een afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling. Het kan zijn dat slechts één aspect de doorslag geeft, maar het kunnen ook meerdere factoren samen zijn die de beoordeling bepalen. Je kunt dit afleiden uit de informatie op het certificaat.

Uitslag van het HD-onderzoek

Er zijn verschillende uitslagen mogelijk:

  • HD A (=negatief): je hond is op basis van de röntgenfoto vrij van HD; dit betekent niet dat je hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
  • HD B (=overgangsvorm): op de foto’s zijn kleine veranderingen zichtbaar die het gevolg zijn van heupdysplasie.
  • HD C (=licht positief) of HD D (=positief): je hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD.
  • HD E (=positief in optima forma): de heupgewrichten zijn ernstig misvormd.

Houd er rekening mee dat een HD A uitslag niet betekent dat je hond nooit last zal krijgen van HD. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen ook niet dat de hond er beslist last van zal krijgen. Het is wel verstandig om er op te letten dat je (de heupgewrichten van) je hond niet te zwaar belast. In geval van twijfel kun je dit met je dierenarts bespreken.

Inf. Raad van Beheer.nl

Regelgeving Vereniging voor Schnauzerfokkers en Liefhebbers t.a.v. HD en fokken.

4.3.  Aandoeningen.
Heupdysplasie Riesenschnauzer en Middenslagschnauzer.
Er mag uitsluitend gefokt worden met een HD uitslag van HD A, HD B of HD C.
Een reu met de uitslag HD C mag alleen gepaard worden aan een teef met de uitslag HD A of HD B (vice versa). Met een HD uitslag van HD D(1,2) = positief of HD E (1,2) = positief in optima forma dienen deze uitgesloten te worden van de fokkerij.